leesfragment overspel

boek04



Iris walgt van zichzelf. Pepijn heeft alle recht om kwaad te zijn. Recht op uitleg heeft hij ook, maar er komt geen woord over haar lippen. En zelfs als het haar zou lukken haar mond open te doen, zouden de clich├ęs als braaksel naar boven komen. Nog niet zo lang geleden veroordeelde ze mensen met jonge kinderen die een verhouding begonnen. Mensen met oudere kinderen trouwens ook. Want hebben tieners hun ouders niet even hard, zo niet harder nodig dan kleintjes? Wat bezielt mensen om alles op het spel te zetten voor een avontuurtje? Juist, Iris, geef daar maar eens antwoord op. Wat bezielt je in godsnaam? Ach, gut, is het sterker dan jij? Mag ik even een teiltje? Weet je wat jij moet doen? Je moet je eens op je prioriteit concentreren: je zoon.
Als ze thuiskomt, wacht Pepijn haar op, zijn gezicht een masker; maar wel een masker waar elk moment een barst in kan komen. Ze probeert iets te zeggen, houdt zich op het laatste moment in. Als ze nu haar mond opent, is ze bang dat ze gaat huilen, krijsen, schreeuwen. Daarom knikt ze alleen. En op zijn beurt knikt hij dat hij begrijpt dat ze heeft besloten te blijven, waarna hij onmiddellijk de kamer verlaat.